Inleiding
Over grafiek
Grafiek als prentkunst
Wat is orginele grafiek?
Vijf prentsoorten
De diepdrukprent
De vlakdrukprent
De hoogdrukprent
De doordrukprent
De computerprent
Prentbeschrijving
Inkt
Bewaren van prenten
Papier
Oplage
Zwart-wit of kleur?
Onderschrift signering
Herkennen
Het kopen van prenten
Garanties
Literatuur
|
De doordrukprent Een stuk fijn geweven gaas wordt op een vel papier gelegd. Delen van het gaas zijn met was bedekt zodat het op die plaatsen ondoordringbaar is. Met een paletmes wordt dunne inkt over het gaas getrokken. Waar het gaas open is gebleven dringt de inkt erdoorheen op het papier. Het gaas wordt weggehaald en er komt een doordrukprent te voorschijn.
Deze allereenvoudigste methode levert op zijn gunstigst een heel grof resultaat op, meestal echter een mislukt druksel. Maar het is wel het oorspronkelijke uitgangspunt van de doordruktechniek.
Het gaas is inmiddels een uiterst fijn polyester of andersoortig weefsel geworden en wordt zeef genoemd. Het wordt strak in een raam gespannen, het zeefdrukraam. Het paletmes is in een rakel veranderd, vroeger van rubber nu meestal van kunststof. De voorstelling wordt op allerlei manieren op of in de zeef aangebracht. Door heel dunne vormen op de zeef te plakken, sjablonen dus, door op het gaas te schilderen met een snel drogende substantie of door op een lichtgevoelige laag op het gaas fotografisch een voorstelling aan te brengen. De rakel trekt de inkt over het gaas en en duwt die door de minuscule gaatjes op het papier. Tegelijk wordt het teveel aan inkt op het gaas weggeschraapt. Als het raam wordt opengeklapt ziet men een egale inkthuid op het papier liggen: de doorgedrukte voorstelling.
Doordrukprenten werden vroeger sjabloondrukken genoemd en ook wel serigrafie. Tegenwoordig spreekt men alleen nog over zeefdrukken.
Bron: Bovenstaande tekst is uitgegeven door de Vereniging voor Originele Grafiek, 1995. |
|
 |
(advertenties)
 |